Kinderpraat: zwijg toch eens

Sinds kort fietst onze vijfjarige naar school. 3,5 km lang babbelt hij. Quasi elke zin start hetzelfde: “Eigenlijk he mama en dan een gans relaas. Na 1 km zegt hij meestal dat hij heel erg moe is. “Misschien kan je dan eens zwijgen Hugo?”. Duimpje in de luch: “goed idee mama”. Een drietal seconden later. “Eigenlijk he mama … . ” Repeat. Ter illustratie een foto van toen hij nog geen woord zei en ik elk kikje op applaus onthaalde.

Zijn broertje babbelt iets minder, maar zwijgt ook niet vaak. Meestal hoor je hem onderweg luidkeels zingen vanuit de fietskar. Veelal een lied over kak.

Vandaar hun bijnamen Kwak en Kwek.

Ik heb enkele van hun uitspraken genoteerd.

We spreken soms Frans (onze eigen variant) zodat de kinderen niet kunnen verstaan wat we zeggen.

Ik tegen Bert: “Tu veux aller a la piscine?”

Bert: ” Ik heb geen zwembroek bij.”

Hugo: “Ah jullie praten in een andere taal over zwemmen. Gaan we straks zwemmen mama?

Dat wou ik dus vermijden.

Vandaag is vandaag en morgen is morgen.

Walter: “Wanneer is het morgen?”

Ik: “Morgen.”

Walter begint hartstochtelijk te huilen en roept: “Maar het is vandaag al morgen!”

Groot worden

“Als Walter mij zo blijft wakker houden dan gaan onze hersenen nooit groeien.” dixit Hugo

School.

“Mama, A. en T. hebben beestjes in hun haar. Mijn juf zegt dat het bijen zijn. Die bijen denken dat het hoofd van A. een bedje is en die slapen daar.”

Hugo zijn juf vraagt regelmatig om iets mee te nemen over het thema van de week. De juf van Walter doet dat veel minder. Daar gaat Walter niet mee akkoord en daarom steekt hij elke dag vanalles in zijn boekentas. Als ik het eruit haal, antwoordt hij steevast: “de juf zegt dat we over verkleedkleren/maskers/auto’s/chocolade gaan leren. ” Gelukkig gaat hij volgend jaar naar dezelfde juf als Hugo.

Vakantie is trouwens een concept dat Walter niet snapt. De eerste zaterdag van de vakantie stond hij om half zeven gekleed en met een boekentas aan klaar om te vertrekken. Nog negen weken.

Er is ook heugelijk nieuws. Na de grote vakantie gaat K. zijn baby uitkomen.

Zwijgen is geen optie

Ik: “Hugotje wil je aub eens een beetje zwijgen.”

Hugo: “En dan? Wat moet ik dan doen? Moet ik dan alles aanwijzen?”

Comments

  1. Moederschip says:

    Hier ook twee van die kwebbelkonten. Een tip: wedstrijdje om ter langst zwijgen 😀

    1. Nina says:

      Heb ik deze week in de auto geprobeerd. 30 sec 😉

  2. Hier ook al enkele dagen “aah dat neem ik mee naar school”.
    Euh, ten eerste: het is vakantie en ten tweede: je gaat naar het eerste leerjaar (waah)

  3. Moederschip says:

    Hahaa echt? Hier zijn ze gelukkig nog competitief genoeg om het 5 minuten vol te houden 😀

    1. Nina says:

      🙂

  4. Evi says:

    Hahaha, zalig! Tuur snap het concept morgen en gisteren ook nog niet helemaal. Vaak verwijst hij met morgen naar gisteren. Verwarrend als je niet goed oplet. En ergens heeft hij “weet je mama” opgepikt wat hij nu dus de hele tijd zegt. Vakantie, dat heeft ook even geduurd voor hij het doorhad. De eerste dagen vroeg hij de hele tijd en wanneer mag ik dan nu naar school? 🙂

    1. Nina says:

      Walter heeft het nog steeds heel vaak over zijn juf. Benieuwd hoe dat verder zal gaan.

  5. Kris10 says:

    Super dat gekwebbel 🙂

  6. Goofball says:

    Verhalen beginnen met “Eigenlijk” , dat lijkt een trend te zijn. Mijn kinderen zeggen dat zo vaak en ik lees het bij jou en hoor het ook bij een ander kindje.

    Vandaag, morgen, overmorgen, eergisteren…moeilijk eh. Kan grappige en minder grappige verwarringen opleveren.

    1. Nina says:

      Raar hé.

Geef een reactie