Ik spreek Frans en een beetje Nederlands.

Dit zinnetje leer ik dagelijks aan mijn cursisten. Na 60 lessen behalen zij in principe niveau 1.2. en spreken zij een basis Nederlands. Ze kunnen zich voorstellen, de weg vragen, spreken over het weer, … .

Ik woon al heel mijn leven in de Rand (met tussenstops in Antwerpen en Amsterdam) en geef hier ook les Nederlands aan anderstaligen. Daarom ging ik gisteren naar de boekvoorstelling van de Taalbarometer. Onderzoekers van de VUB bestudeerden de taalkennis van bewoners van de Rand rond Brussel. Ze interviewden 2400 inwoners van de rand, de respondenten kwamen uit 62 landen.

Wat is de Rand?

Dat zijn 19 gemeenten die rond Brussel liggen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende gemeenten/steden, want stad Vilvoorde is natuurlijk niet hetzelfde als het landelijke Grimbergen, niettegenstaande ze naast elkaar liggen.

Ik werk in Wemmel, dat is een faciliteitengemeente. In theorie zijn er faciliteiten voor Franstaligen, in de praktijk is alles tweetalig: straatnaambordjes, informatie over afvalophaling, de bibliotheek, … . Nu ik er dagelijks rondloop, snap ik pas dat Franstaligen en anderstaligen niet weten dat Wemmel eigenlijk een Vlaamse gemeente is. Ik ken genoeg inwoners die geen woord Nederlands spreken en ook niet begrijpen waarom ze dit überhaupt nodig zou zijn.

De buurgemeenten Grimbergen, Meise en Asse zijn geen faciliteitengemeenten maar semi-rurale gemeenten en daar kan je in principe alleen terecht in het Nederlands. Het is zelfs verboden voor het gemeentepersoneel om een woord Nederlands te spreken. Ik krijg vaak de reactie van cursisten dat ze het ongehoord vinden dat leerkrachten van (Nederlandstalige )scholen van hun kinderen alleen Nederlands spreken of dat er aan het loket van de gemeente niemand Frans of Engels wil spreken.

Mijns inziens is luistertaal hier een belangrijke hefboom om mensen aan te moedigen om Nederlands te leren. De anderstalige kan dan Frans of Engels of Duits spreken en de gesprekspartner spreekt verstaanbaar Nederlands.

De Taalbarometer toont aan er grote verschillende zijn tussen de kennis van het Nederlands in het tweetalige Brussel, in de faciliteitengemeenten en in de Vlaamse rand. Ik merk dagelijks in mijn klas dat mensen pas Nederlands (willen) leren als ze het nodig hebben voor praktische zaken, voor hun kinderen of om met hun Vlaamse buren/ouders van vriendjes van hun kinderen te spreken.

Ik was enorm geschrokken toen ik voor het eerst merkte dat er heel veel, vaak jonge, Franstalige Belgen zijn die geen woord Nederlands kennen. Niettegenstaande ze al heel hun leven in Vlaanderen wonen en in Brussel naar school gaan. Blijkbaar is er weinig of geen aandacht voor Nederlandse lessen in het Franstalig onderwijs in België? Uit de studie blijkt dat de groep anderstaligen (veelal uit Oost-Europa) die Nederlands kent significant gegroeid is. Dat strookt ook met mijn ervaringen in de klas. Zij spreken vaak meer dan 4 verschillende talen en vinden het belangrijk om ook Nederlands te kennen. Hoe meer talen een cursist kent, hoe sneller hij/zij Nederlands leert.

Uit de studie blijkt dat 16% van de bewoners in de Rand geen of enkele woorden Nederlands kent, ten opzichte van 63% van de Brusselaars. Hier is dus vooral in onze hoofdstad nog veel werk aan de winkel.

Als je een job als administratief bediende ambieert, maar alleen Frans of alleen Nederlands spreekt, denk ik dat het logisch is dat de job naar een meertalige sollicitant gaat. Als je kind op een Nederlandstalige school zit en jij geen woord Nederlands spreekt, hoe kan je dan helpen bij het huiswerk of je kind goed opvolgen? Creëer een noodzaak voor mensen om Nederlands te leren en wijs mensen op de troeven van talenkennis. Meertaligheid is mijns inziens een troef voor iedereen en zou veel meer gewaardeerd moeten worden. Tweetalig onderwijs in België zou bijvoorbeeld een fantastische troef kunnen zijn voor onze inwoners.

Wij zijn een klein meertalig land, laat het onze ambitie zijn om ook meertalige inwoners te kweken.

Janssens (R), De Rand vertaald van Brio en VubPress, 2019.

Geef een reactie